Recensies Hofstad van Joh. W. Broedelet

Een recensie in NRC Handelsblad van de hand van Henk van Gelder: 'Malicieus monkelproza over de Haagse aristocratie en bourgeoisie'.

'Van der Linden heeft niet alleen door de zeer deskundige inleiding een grootse prestatie geleverd; hij verkortte ook het te wijdlopige verhaal, maar liet de loop ervan intact door cursief gezette, damenvattende, verbindende teksten, en handhaafde de eigenzinnige en levendige stijl', aldus L.A.A. Kruse in een recensie t.b.v. de Nederlandse bibliotheken, NBD Biblion.

'Voor de voortreffelijke inleiding is veel speurwerk verricht. Een uitgebreidere verantwoording over de tekstingrepen had daar nog best aan toegevoegd kunnen worden. Maar laten we de redacteur vooral prijzen. Vrijwel niemand begint meer aan een boek van 400 bladzijden uit 1909 van een totaal onbekende auteur. Hofstad is geen meesterwerk maar is in deze gecondenseerde vorm zeker met plezier te lezen.' Aldus Doeke Sijens op de literaire weblog Tzum. (http://www.tzum.info/2014/01/recensie-joh-w-broedelet-hofstad/?utm_campaign=twitter&utm_medium=twitter&utm_source=twitter)

'All art is quite useless' is een uitspraak van Oscar Wilde die de redactie van de weblog rond1900.nl zich als lijfspreuk heeft aangemeten. Een van de redacteuren, Sander Bink, las Hofstad van Joh. W. Broedelet, een sleutelroman uit 1909. Hij schreef er een enthousiaste recensie over. Maar Sander Bink is bevooroordeeld, want ook hij behoort tot de auteursstal van de PROMINENT-reeks. 'U begrijpt dus wel dat een volstrekt objectieve beoordeling van een en ander een beetje lastig is. Dan gooi ik bij dezen die pretentie uit het raam om vol enthousiasme het zojuist verschenen deel aan te kondigen.' Zijn recensie is te lezen op http://rond1900.nl/?p=19357

Sjoerd van Faassen recenseerde in Den Haag Centraal (15 november 2013) de briefwisseling tussen Henry van Booven en Hendrik de Vries, verzorgd door Sander Bink. 'Zelden zal een onverwachtere combinatie als die van Henri van Booven, bekend als biograaf van Louis Couperus, met de dichter Hendrik de Vries te zien zijn geweest. Toch wisselden zij vanaf 1951 tien jaar lang een aantal brieven. Hun grootste gemene deler was de jong gestorven Haagse schilder Carel de Neree tot Babberich.

Beide briefschrijvers verkeerden in hun creatieve nadagen. De adequaat geannoteerde correspondentie, die drieentwintig brieven omvat en in juli 1962 tot stilstand komt, gaat niet heel diep, maar geeft toch aardige informatie over De Nere, over de reizen naar Spanje die De Vries in de jaren dertig had ondernomen en over de nooit uitgegeven roman 'Aan stille wateren' die Van Booven in de jaren vijftig over zijn jeugdjaren in Den Haag wilde schrijven en waarin De Neree een belangrijke rol zou spelen.

Zie ook:

pdf icon  Van Gelder.pdf